Blijf op de hoogte van nieuws, blogs en aanbiedingen

Een verhaal dat verteld moet worden

8 mei, 2020

Een verhaal dat verteld moet worden

Ik heb een nieuwe liefde in mijn leven. Ze heet Dinte. Vanochtend om 5h30 lag ze zacht en warm op mijn borst terwijl ze smakkende en knorrende geluidjes maakte. Ze is het dochtertje van een vriendin. Een week geleden is ze haar reis hier op aarde begonnen. Om de nacht ‘slaap’ ik bij mijn vriendin om haar te ondersteunen met de verzorging van Dinte. Het gemis van vele uren slaap is heftig. Als ik echter naar Dinte kijk en naar de opluchting bij mijn vriendin dat ze er niet alleen voor staat, dan maakt dat alles goed.

Opeens gaan mijn gedachtes naar een andere baby. Het is 1998. Ik ben vrijwilligster in de sloppenwijken van Kisumu, Kenya. Ik ondersteun een verpleegster die huisbezoeken aflegt. We gaan een kleine, vervallen golfplaten hut binnen. Bij binnenkomst krijg ik twee baby’s in mijn armen gedrukt. Het is een tweeling.

Terwijl de verpleegster een gesprek voert met de nieuwe moeder kriebel ik de tweeling in hun nekjes. Opeens hoor ik een zacht soort gepiep in een hoek van de kamer. Als ik me in die richting draai, zie ik een deken in een hoopje op de grond liggen. Ook de moeder heeft het zachte gekerm gehoord en loopt naar de hoek. “Het is eigenlijk een drieling” fluistert de verpleegkundige in mijn oor. Voorzichtig legt de moeder een heel klein baby’tje in mijn armen. Het is maar half zo groot als de sterkere twee. Eigenlijk maakt het nauwelijks geluid want daar heeft het de kracht noch energie voor. Het is meer een zacht soort klagelijk gejammer. “Is dit kindje ziek?” vraag ik de verpleegkundige. “Nee”, zegt ze zacht, “het is zwaar ondervoed en zal binnenkort sterven”.

Vol ongeloof staar ik haar aan. “Hoe kan dat? Hoe kan een moeder twee van haar kinderen wel voeden en de derde niet?” hoor ik mezelf op veroordelende toon vragen. De verpleegkundige zucht eens diep. “Dit is een moeder die van haar kinderen houdt. Ze heeft echter niet het geld om drie monden tegelijkertijd te voeden. Ze heeft gekozen voor de sterkste twee omdat ze anders alle drie te weinig overlevingskans zouden hebben”. “Wat zou jij doen in haar plaats?” krijg ik als wedervraag. Ik val stil, me eens te meer beseffend dat ik niets weet over het leven. Helemaal niets. Als de verpleegkundige en de moeder hun gesprek beëindigen, wil ik het baby’tje teruggeven aan de moeder.

De moeder krijgt tranen in haar ogen. “Please miss, please take my child with you. I wish I could take care of it but I can’t. You can. Please take my child”. Ik sta stil. Honderd-en-een gedachtes dwarrelen door mijn hoofd. Ik weet dat adoptieprocedures zo niet werken. Dit lijkt zelfs in de verste verte niet op een procedure. Ik woon in een kamertje in een studentenhuis. Hoewel ik zelf ook niet veel geld heb is het altijd meer dan deze moeder heeft. Dus misschien kan ik…? “Lieve Esther, geef het kindje maar terug aan de moeder” zegt de verpleegkundige zacht. “Deze moeder weet ook dat dit niet kan. Dit is het leven”. Dit is inderdaad het leven maar wel een leven dat soms tegen al mijn eigen opvattingen indruist. Ik leg het kindje terug in de armen van de huilende moeder en verbijt mijn eigen tranen. Ik draai me om en loop weg, wetende dat dit kindje binnenkort sterft.

  • Esther den Hartog, mei 2020 –

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *